woensdag 25 maart 2015

Holwortels in landgoed Dickninge

Monique had een artikeltje in de krant gevonden over bloeiende stinseplanten op het landgoed Dickninge.
Een korte uitleg..

Stinses zijn oorspronkelijk stenen huizen in Friesland. Stinses (of stinzes) zijn wat we nu ' leuke optrekjes' zouden noemen: mooie huizen met vaak een grote tuin of een park eromheen.

Stinseplanten zijn sierplanten die niet in Nederland voorkomen, maar die in de tuinen van die stinzes werden geplant. Een aantal daarvan is inmiddels verwilderd en ook buiten stinzes te vinden.

Landgoed Dickninge, bij De Wijk, in de buurt van Meppel (zie kaart), staat bekend (zo leerden wij) om de holwortels die hier in het voorjaar uitbundig bloeien. De holwortel komt oorspronkelijk uit zuid Europa, maar is inmiddels in heel Europa te vinden.

Holwortels danken hun naam aan het holle wortelknolletje dat ze hebben. De holwortel heeft spierontspannende en rustgevende eigenschappen en werd daar vroeger wel voor gebruikt. De holwortel bloeit in vrijwel alle kleurschakeringen tussen wit en paars in.

Gisteren was het prachtig wandelweer, dus besloten we om daar eens te gaan kijken. Dat was genieten, want de bloeiende holwortels, bosanemonen, bosviooltjes en - in de uiterwaarden van de Reest - dotterbloemen waren een lust voor het oog.
Samen met het geluid van de vogels die zongen dat het een lieve lust was en de rust in het gebied leverde dit een mooie herinnering op.

Hieronder een impressie. Klik op een foto voor de vergroting.


De Reest is een riviertje, hier op de grens van Overijssel en Drenthe,
dat steeds meer in nature wordt hersteld.


Op de inmiddels drooggevallen ijsbaan bloeien nu al de dotterbloemen.


Het park.


Hier en daar stond het maarts viooltje te bloeien.


Bosanemonen en holwortels.


De bosanemoon op zijn mooist.


Hier zie je mooi de kleurschakeringen.
Op de voorgrond een uitgebloeid sneeuwklokje, ook een stinseplant.

Je zou het niet zeggen, maar de holwortel is lid van de papaver familie.


De tong van de aardhommel is te kort om vanaf de voorkant bij de nectar te kunnen,
dus bijt hij een gaatje in de bloembodem.
Je ziet dat de bloemen boven hem al eerder hommelbezoek hebben gehad.








Genieten voor de bijen, met zo'n hoeveelheid bloemen voor de deur


Zittend in Drenthe, kijkend over Overijssel.


Een van de vele ooievaars die inmiddels weer in het Reestdal wonen.

Het was een zeer aangename middag.
Dank u wel, eigenaars van Dickninge, voor het openstellen van uw park!


woensdag 18 maart 2015

Dwingelderveld, een dag later

Vandaag ben ik met een andere fotoclubkameraad wederom naar het Dwingelderveld geweest. Deze keer op de fiets.

We gingen voor de heidekikkers en de adders, wat we nog meer zouden tegenkomen was bonus.

Nou, de spaarkaarten zitten vol hoor!

Het begon met twee reeën die lekker ontspannen stonden te grazen.
Daarna konden we uitgebreid meneer en mevrouw roodborsttapuit bekijken.

De veldleeuweriken zongen in de lucht en op de grond. Een ervan zat, weliswaar achter een scherm van verdroogd bunt, dichtbij genoeg om zijn kuifje te kunnen bekijken.

En toen, ja, natuurlijk de heidekikkers. We zagen nu overal kikkerdril liggen, een teken dat het bijna gedaan is met de paartijd en dus met de blauwe kleur van de mannetjes.

Wie het zelf nog wil bekijken, moet snel zijn, denk ik.

Als laatste: mijn eerste zelf gevonden adder.
Het was weer een leuke dag!

De foto's tonen wat we nog meer gezien hebben.


Een bok en een geit. lekker in het middagzonnetje.


Meneer roodborsttapuit....


... en mevrouw.


Meneer veldleeuwerik.
Zijn kuifje ligt nu plat op zijn kop.
Dit in tegenstelling tot die van de kuifleeuwerik, die altijd rechtop staat.
De kuifleeuwerik, die in mijn jeugd een algemene broedvogel was in de kuststreek, is nu nagenoeg uit Nederland verdwenen. Gelijktijdig met de bonte kraai.


Hier zie je goed dat de kuif uit twee lagen veertjes bestaat.


Een kraanvogel!  We waren net te laat om de landing op de foto te zetten.
Na deze foto verdween hij vrijwel tussen het hoge gras.
Een toevalstreffer, dus.


Porseleinstuifzwammen van vorig jaar.


Hier zie je de kikkerdril liggen, goed bewaakt door de vrouwtjes.
De mannetjes eromheen worden niet meer in de buurt geduld.


Een blauwtje gelopen, lijkt het...


Hier zie je dat zijn poten ook gekleurd zijn: blauw met oranje.


De laatste. Blauwer heb ik ze niet gezien.


Op zijn dooie akkertje zwom er een brilduiker voorbij,
regelmatig onder water zoekend naar iets van zijn gading.


Hier ligt dus een adder.
Grappig dat zo'n opvallend zigzagpatroon de slang vrijwel onzichtbaar kan maken.

Genieten in ons Nationaal Park Dwingelderveld

Gisteren heb ik van het mooie weer genoten en ben ik - tussen het tegelen door - met een fotoclublid het Nationaal Park Dwingelderveld gaan verkennen.

Allereerst omdat het prachtig weer was, maar ook omdat ik graag adders wilde bekijken, en heel misschien de heidekikkers zou tegenkomen. Ze zijn nogal zeldzaam zijn en ook heel bijzonder omdat de mannetjes tijdens de paartijd (maar een paar dagen) knalblauw worden.

Kijk hieronder maar of dat gelukt is....

De adders zagen we niet meteen, maar wel deze prachtige levendbarende hagedis.
Het vrouwtje legt geen eieren, zoals de meeste reptielen, maar baart haar jongen levend,
vandaar de naam.


Ook dit was een onverwacht genoegen:
drie kraanvogels genoten van de thermiek en draaien rondjes boven de heide.


Dit is typisch een gebied waar je heidekikkers kunt vinden:
ondiep water op de heide dat lekker snel opwarmt in de zon.


En ja hoor, daar zitten ze!


De mannetjes blauw, de vrouwtje bruin.
Een drukte van belang.


Hier kun je goed zien dat ze echt blauw zijn.


Klik op de pijl en je hoort ze kwaken.
Het geluid is heel bescheiden, niet te vergelijken met de schreeuwerige groene kikkers.


Nóg een cadeautje: aan de overkant van de Davidsplas vloog een vrouwtje blauwe kiekendief.
Links in het water zie je smienten zwemmen. Die vertrekken binnenkort naar het noorden.


Ik ga maar even door: een vossenpoep.
Vossenpoepen hebben altijd een puntje en liggen vaak op een hobbel in het terrein.
Zo ook hier: op een graspol.

Zie je al die fietsers? Dat was de Ondernemerssafari. Zo'n zeventig ondernemers uit de regio verkenden het Dwingelderveld op de fiets, begeleid door boswachters en gidsen.
Ze hadden letterlijk en figuurlijk een field day.


De eerste adder!
Een wandelaar zag hem naast het pad liggen, maar hij schoot weg toen iedereen er op af kwam.
Ik kon hem nog het vastleggen voor hij tussen het gras en de heide verdween.


Maar er was meer: deze adder lag lekker te zonnen.
Om een indruk te geven: dit hoopje adder is nog geen 20 cm in doorsnee.
Je snapt dus dat adders lastig te vinden zijn.
Gelukkig had iemand anders dat al gedaan ;-)


Hier zie je zijn oog met daarboven een afdakje.


Dit is ongeveer de ware grootte van het beestje.

Maar er was meer te zien.
Dit lieveheersbeestje zat ook van de zon te genieten.

En deze witte kwikstaart heeft na zijn lange reis uit het verre zuiden zijn plekje weer gevonden.

Het was een geweldige dag!
Vergeet niet om op een foto te klikken om de foto's in het groot te bekijken.

woensdag 11 maart 2015

Landschappen rond Tiendeveen

Gisterochtend vroeg ben ik een wandeling rond het dorp gaan maken.
Hier een impressie van de landschappen die ik tegenkwam.


Schapen grazen in de ochtendnevel terwijl de mensen naar hun werk rijden.


Met het opkomen van de zon ontstond er een laagje grondmist boven de weilanden.


Een subtiele beweging in de lucht maakte dat een deel van de mist zich verhief
alsof hij een glazen heuveltje tegenkwam.


Iedere keer als ik dit zie, moet ik aan het dorpje van Asterix en Obelix denken...


Even later bescheen de zon de mist.
De sfeer was meteen heel anders.


Een kwartier later, een totaal ander plaatje.


Vijftig tinten




Nijlganzen. Links ligt een vrouwtje.
Het stel had net gepaard onder het toeziend oog van een soortgenoot.